Grondwettelijk Hof - arrest 124/2010 van 28 oktober 2010

Aard:

Arrest van het Grondwettelijk Hof

Datum:

28 oktober 2010

Identificatie

GwH nr. 124/10, rolnummers 4877, 4879 en 4882

[http://www.const-court.be]

Integrale tekst van het arrest: 124/2010

Trefwoorden:

Pedagogische inspectie - taalgebruik - Franstalig basisonderwijs randgemeenten - bevoegdheid

Samenvatting:

Met het decreet van 23 oktober 2009 acht de Vlaamse Gemeenschap zich bevoegd om de Franstalige basisscholen (pedagogisch) te inspecteren. Hieruit volgt dat de normale regelgeving die in Vlaanderen geldt voor het basisonderwijs, ook geldt voor de 8 Franstalige basisscholen in de randgemeenten. Die regeling is in eerste instantie terug te vinden in het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. Alhoewel die scholen administratief afhangen van de Vlaamse Gemeenschap, wordt de pedagogische inspectie door de Franse Gemeenschap verzorgd, en het is hierin dat de Vlaamse Gemeenschap verandering wilde brengen. Naast de gemeentebesturen van de betrokken randgemeenten, verzochten meer dan 600 ouders van schoolgaande kinderen en meer dan 50 betrokken leerkrachten het Grondwettelijk Hof vervolgens om de betrokken bepalingen te vernietigen.

Het Hof stelt vast dat de decreetgever vooral beoogde om de pedagogische inspectie voortaan zelf uit te oefenen en onderzoekt daarom grondig alle relevante afspraken en voorschriften, zowel op (grond)wettelijk als decretaal niveau, met inbegrip van de uitvoeringsbesluiten en zelfs ministeriële omzendbrieven en parlementaire tussenkomsten, alsook het protocolakkoord van 1 juni 1970 dat tussen de ministers van Nationale Opvoeding, de heren Dubois en Vermeylen, werd afgesloten. Het komt hierbij tot het besluit dat de Vlaamse Gemeenschap destijds bevoegd werd gemaakt voor het Franstalige basisonderwijs in de randgemeenten, op voorwaarde dat er geen afbreuk gedaan zou worden aan de bestaande waarborgen voor de Franstaligen.

Die waarborgen worden, aldus nog het Hof, aangetast door het Vlaamse decreet van 23 oktober 2009, vermits het eenzijdig oplegt dat de betrokken scholen voortaan op pedagogisch vlak geïnspecteerd moeten worden door inspecteurs van de Vlaamse Gemeenschap en niet langer de Franse Gemeenschap. De Vlaamse inspecteurs zouden pas kunnen optreden na uitdrukkelijke instemming van beide gemeenschappen (overweging B.31).

Het Hof benadrukt evenwel dat de bestaande waarborgen alleen betrekking hebben op het pedagogisch toezicht, zodat de Vlaamse Gemeenschap wel degelijk bevoegd is voor alles wat de organisatie en administratie van de scholen betreft, en dat zij bijgevolg bevoegd is o.a. voor het vastleggen van "de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, de voorschriften inzake leerlingenbegeleiding en de goedkeuring van de leerplannen" (overweging B.34.1.). Uit de bestaande waarborgen kan niet worden afgeleid dat het territoriale toepassingsgebied van de decreten van de Franse gemeenschap kan worden uitgebreid tot die scholen, noch dat die decreten op hen van toepassing zijn.

Er moet volgens het Hof daarentegen wél rekening worden gehouden met het bijzondere karakter van de betrokken scholen en meer bepaald met het feit dat: (1) deze scholen onderwijs in het Frans verstrekken, (2) "de inspectie geschiedt door inspecteurs van de Franse Gemeenschap, die [...] hun verslagen met een vertaling moeten overzenden aan de Vlaamse administratie", en (3) dat "een aanzienlijk aantal leerlingen van de Franstalige basisscholen zich nadien inschrijven in Franstalige secundaire scholen" (B.34.2).

Op basis van artikel 44bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, zouden de betrokken scholen een afwijking kunnen vragen en als vervangende ontwikkelingsdoelen de algemene en bijzondere ontwikkelingsdoelen en eindtermen vastgesteld door de Franse Gemeenschap voorstellen.

Vermits men op Vlaams niveau echter niet had voorzien in de noodzakelijke overgangsmaatregelen om de scholen in staat te stellen de procedure tot aanvraag van de afwijkende eindtermen en indiening van leerplannen te doorlopen, acht het Hof op grond van de federale loyauteit de afwijkingsbepaling in haar huidige vorm ongrondwettig.

De decretale bepalingen inzake het af te sluiten beleidscontract of een beleidsplan met een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) worden niet vernietigd in zoverre "de Vlaamse Regering in het werkingsgebied van de betrokken scholen een centrum voor leerlingenbegeleiding financiert, waarvan het personeel het bewijs heeft geleverd van een grondige kennis van de onderwijstaal van de instelling, te dezen het Frans". (B.40).

Opmerking

In zijn arrest nr. 60/2011 van 5 mei 2011 vernietigde het Hof op een analoge manier dezelfde artikelen uit het voornoemde Vlaamse decreet van 23 oktober 2009. Ditmaal betrof het echter niet de Franstalige basisscholen in de randgemeenten, maar wel het Franstalig basisonderwijs in de 'taalgrensgemeenten'.

Ook belangrijk in dit tweede arrest is hoe het Hof een restrictieve interpretatie aanhangt van de verplichting uit artikel 2, tweede lid, 4° van het decreet, om een beleidscontract of een beleidsplan te sluiten met een centrum voor leerlingenbegeleiding dat door de Vlaamse Gemeenschap wordt gefinancierd of gesubsidieerd. 

Deze verplichting kan volgens het Hof slechts worden opgelegd indien de Vlaamse Regering in het werkingsgebied van de betrokken scholen een centrum voor leerlingenbegeleiding financiert, waarvan het personeel het bewijs heeft geleverd van een grondige kennis van de onderwijstaal van de instelling, in dit geval het Frans (overweging B.20.7.1).

Bovendien oordeelt het Hof dat deze verplichting slechts betrekking heeft op de verplichte taken van de centra voor leerlingenbegeleiding, namelijk hun medewerking 'aan de organisatie en de uitvoering van algemene en gerichte consulten, de profylactische maatregelen en het vaccinatiebeleid en aan de begeleidingsinitiatieven van het centrum inzake leerplichtcontrole'. Voor andere diensten, zoals die in verband met de psychologie of de logopedie, staat het de schoolbesturen van de scholen vrij een contract te sluiten met een Franstalige dienst (overweging B.20.7.2).